Wet Normering Topinkomens (WNT)
Wanneer valt een culturele organisatie onder de WNT?
Een culturele organisatie valt niet automatisch onder de WNT omdat zij subsidie ontvangt of de Governance Code Cultuur toepast. Voor veel stichtingen en verenigingen in de cultuursector is het subsidiecriterium bepalend. De WNT geldt vanaf het vierde kalenderjaar wanneer de organisatie in drie achtereenvolgende kalenderjaren telkens meer dan € 500.000 aan overheidssubsidies heeft ontvangen én die subsidies in ieder van die jaren ten minste 50 procent van de opbrengsten vormden. Beide grenzen gelden dus naast elkaar. Een organisatie die jaarlijks € 700.000 subsidie ontvangt, maar waarvan dat bedrag minder dan de helft van de opbrengsten is, valt op grond van dit criterium niet onder de WNT. Hetzelfde geldt voor een organisatie die voor meer dan de helft publiek wordt gefinancierd, maar jaarlijks niet boven € 500.000 aan relevante subsidies uitkomt. Een eenmalige grote projectsubsidie maakt de wet evenmin meteen van toepassing, omdat ook de periode van drie opeenvolgende jaren meetelt. Onder overheidssubsidie wordt hierbij een subsidie in de zin van de Algemene wet bestuursrecht verstaan. Naast het subsidiecriterium bestaan andere gronden waardoor een organisatie onder de WNT kan vallen, bijvoorbeeld omdat zij bij wet is aangewezen, een wettelijke taak heeft of omdat de overheid één of meer leden van het bestuur of de raad van toezicht benoemt. Daardoor blijft het verstandig om de toepasselijkheid niet alleen op basis van de subsidiebegroting te beoordelen. De organisatie is zelf verantwoordelijk voor die beoordeling. Het WNT-register van het ministerie kan daarbij helpen, maar is niet beslissend: ook een organisatie die niet in het register staat, kan toch onder de wet vallen. Bij twijfel kan een accountant of jurist helpen om de subsidiebeschikkingen, opbrengsten en organisatiestructuur samen te bekijken.
Vanaf welk moment geldt de WNT?
Bij het subsidiecriterium gaat de WNT gelden vanaf het kalenderjaar na de drie jaren waarin aan alle voorwaarden is voldaan. Wanneer een stichting bijvoorbeeld in 2023, 2024 en 2025 ieder jaar meer dan € 500.000 overheidssubsidie ontving en die subsidies ieder jaar minstens de helft van haar opbrengsten vormden, valt zij vanaf 2026 onder de WNT. Wanneer de subsidieontwikkeling laat zien dat een derde opeenvolgend jaar in beeld komt, kan het gesprek al beginnen. Dan is er voldoende tijd om arbeidsvoorwaarden, interim-opdrachten, vergoedingen, administratie en de toekomstige WNT-verantwoording goed in te richten. Ook daarna kan de situatie veranderen. Bij groei van eigen inkomsten, het aflopen van een meerjarige subsidie, een fusie of een wijziging in de juridische structuur kan opnieuw moeten worden beoordeeld of en hoe de WNT geldt. De regels rond toetreding en het later niet meer voldoen aan het subsidiecriterium zijn technisch. Wanneer zo’n overgang financiële gevolgen kan hebben, geeft tijdig deskundig advies vaak meer rust dan een correctie achteraf.
Wie is topfunctionaris?
De WNT kijkt niet alleen naar functietitels. Topfunctionarissen zijn de mensen die behoren tot het hoogste uitvoerende of toezichthoudende orgaan, en de mensen die op het hoogste niveau leidinggeven aan de gehele organisatie. In het raad-van-toezichtmodel is de directeur-bestuurder vrijwel altijd een leidinggevende topfunctionaris en zijn de leden van de raad van toezicht toezichthoudende topfunctionarissen. In het bestuur-directiemodel zijn de statutaire bestuursleden leden van het hoogste uitvoerende orgaan. Ook wanneer zij onbezoldigd werken, worden zij voor de WNT als topfunctionaris aangemerkt en kunnen zij in de openbaarmaking terugkomen. Daarnaast kan de directeur topfunctionaris zijn wanneer die de dagelijkse leiding over de gehele organisatie heeft. Dat de directeur volgens de statuten geen bestuurder is, sluit de WNT-kwalificatie dus niet uit. Soms is de praktijk minder helder. Een meerhoofdige directie kan taken hebben verdeeld, een zakelijk directeur kan naast een artistiek directeur werken of een interim-manager kan tijdelijke, maar ruime bevoegdheden krijgen. Dan gaat het om de feitelijke positie: geeft iemand leiding aan de gehele organisatie, of alleen aan een onderdeel? Omdat die kwalificatie gevolgen heeft voor normering en openbaarmaking, is het prettig wanneer bestuur, toezicht en accountant daar vooraf hetzelfde beeld bij hebben.
Welk bezoldigingsmaximum geldt?
In 2026 bedraagt het algemene WNT-maximum € 262.000. Dat bedrag bestaat niet alleen uit salaris. Ook onder meer vakantiegeld, een eindejaarsuitkering, belaste kostenvergoedingen en de werkgeversbijdrage aan het pensioen tellen mee. Het bedrag wordt ieder jaar geïndexeerd. Voor een functie in deeltijd of voor iemand die maar een deel van het kalenderjaar topfunctionaris is, wordt het individueel toepasselijke maximum naar rato berekend. De term ‘cultuursector’ kan de indruk wekken dat voor alle culturele organisaties een afzonderlijk, lager maximum geldt. Dat is niet zo. De Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren kent in 2026 een verlaagd maximum van € 218.000 voor zes landelijke cultuurfondsen: het Fonds voor Cultuurparticipatie, het Nederlands Letterenfonds, het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, het Mondriaan Fonds, het Nederlands Filmfonds en het Fonds Podiumkunsten. Voor een gewone culturele stichting die via het algemene subsidiecriterium onder de WNT valt, geldt doorgaans het algemene maximum. Het wettelijke maximum is een bovengrens, geen salarisadvies en geen bedrag waarop een directeur-bestuurder automatisch aanspraak heeft. Bij een passende beloning spelen ook de omvang en complexiteit van de organisatie, de zwaarte van de functie, de financiële ruimte, de cao, intern beloningsbeleid en maatschappelijke verhoudingen mee. De Governance Code Cultuur 2027 nodigt bestuur en toezicht uit om de gemaakte keuzes zorgvuldig te onderbouwen en er open over te zijn.
Wat rekent de WNT tot bezoldiging?
De WNT kijkt naar de totale bezoldiging in een kalenderjaar. Daardoor kan een afspraak die afzonderlijk heel gewoon lijkt, samen met andere onderdelen toch tot een overschrijding leiden. Naast de vaste beloning kunnen bijvoorbeeld vakantietoeslag, eindejaarsuitkering, variabele beloning, belaste vergoedingen en de werkgeversbijdrage aan pensioen meetellen. Onbelaste vergoedingen vallen niet zonder meer onder hetzelfde begrip. Voor bestuur en toezicht betekent dit vooral dat het totaal vooraf zichtbaar moet zijn. Een bruto maandsalaris dat ruim onder de norm ligt, biedt nog geen zekerheid wanneer pensioen, een toeslag of een extra vergoeding buiten beeld blijft. Bij indiensttreding gedurende het jaar, wijziging van de deeltijdfactor, meerdere functies binnen verbonden organisaties of een nabetaling wordt de berekening snel ingewikkelder. De actuele Uitvoeringsregeling en Beleidsregels WNT geven daarvoor nadere regels. Wanneer toch te veel is betaald, kan het bovenmatige deel onverschuldigd zijn en moeten worden terugbetaald. Dat kan pijnlijk zijn voor zowel de functionaris als de organisatie, zeker wanneer de overschrijding pas tijdens de accountantscontrole zichtbaar wordt. Een berekening vooraf en een tussentijdse controle bij wijzigingen kunnen zo’n situatie helpen voorkomen.
Deeltijd en een deel van het jaar in functie
Veel culturele organisaties werken met deeltijdfuncties. De WNT sluit daarop aan door het jaarmaximum te corrigeren voor de deeltijdfactor en voor het aantal kalenderdagen waarop iemand topfunctionaris is. Een directeur-bestuurder die 0,8 fte werkt, heeft dus niet zonder meer recht op het volledige jaarmaximum. Ook bij indiensttreding of vertrek halverwege het jaar wordt het maximum naar rato lager. De deeltijdfactor volgt uit de werkelijke omvang van de functie binnen de regels van de WNT. Een hoge werkdruk of structureel overwerk vergroot de deeltijdfactor niet automatisch. Juist in de cultuursector, waar functies soms formeel klein zijn maar in de praktijk veel vragen, kan dat schuren. Dat gesprek hoort niet alleen bij de WNT-berekening, maar ook bij goed werkgeverschap: past de afgesproken arbeidsduur nog bij de opdracht en is het werk duurzaam uitvoerbaar?
Een interim-directeur of andere externe topfunctionaris
Ook een extern ingehuurde topfunctionaris valt onder de WNT. Voor de eerste twaalf kalendermaanden waarin de functie wordt vervuld, gelden afzonderlijke maxima. In 2026 is dat maximaal € 34.800 per gewerkte kalendermaand in de eerste zes maanden en € 26.500 per gewerkte kalendermaand in de volgende zes maanden, samen met een maximumuurtarief van € 250. Na twaalf maanden gaat het gewone individueel toepasselijke jaarmaximum gelden. Bij tijdelijke leiding kan de vraag wie werkelijk topfunctionaris is snel verschuiven. Een adviseur die alleen een afgebakend project begeleidt, heeft een andere positie dan iemand die tijdelijk de hele organisatie leidt en de gebruikelijke directiebevoegdheden uitoefent. De inhoud van de opdracht, de feitelijke bevoegdheden en de plaats in de organisatie zijn daarom belangrijker dan het woord ‘interim’ op de overeenkomst. Een bestuurscrisis of plotseling vertrek maakt snelle inzet soms noodzakelijk. Toch kan een korte gezamenlijke check van rol, duur, uren, tarief en totale opdrachtsom veel problemen voorkomen. Ook verlengingen verdienen aandacht: meerdere opdrachten of onderbrekingen kunnen voor de WNT met elkaar samenhangen.
Vergoeding van bestuurders en toezichthouders
Voor de voorzitter van het hoogste toezichthoudende orgaan geldt een maximum van 15 procent van het toepasselijke bezoldigingsmaximum van de organisatie. Voor de overige leden is dat 10 procent. Bij het algemene maximum van € 262.000 komt dit in 2026 neer op maximaal € 39.300 voor de voorzitter en € 26.200 voor een lid, naar rato van de periode waarin de functie wordt vervuld. Ook hier is het WNT-bedrag alleen een wettelijke bovengrens. Het zegt niet wat in een concrete culturele organisatie een passende vergoeding is. Tijdsbesteding, verantwoordelijkheid, draagkracht van de organisatie, fiscale behandeling, interne verhoudingen en de maatschappelijke context kunnen aanleiding geven om ruim onder dat maximum te blijven. De handreiking van Cultuur+Ondernemen over het vergoeden van toezichthouders kan helpen om dat gesprek breder te voeren dan alleen vanuit wat wettelijk maximaal mogelijk is. In het bestuur-directiemodel zijn de bestuursleden leidinggevende topfunctionarissen, ook wanneer hun rol in de dagelijkse praktijk meer op toezicht lijkt. Hun eventuele vergoeding wordt daarom niet automatisch behandeld als de vergoeding van een raad van toezicht. Het juridische governancemodel en de formele positie zijn hier opnieuw bepalend.
Ontslagvergoeding en non-activiteit
Bij het einde van een dienstverband begrenst de WNT de uitkeringen wegens beëindiging. De hoofdregel is maximaal de bezoldiging over de twaalf maanden voorafgaand aan het einde van het dienstverband, met een absoluut maximum van € 75.000. Bij een deeltijdfunctie wordt dit absolute maximum naar rato verlaagd. Onder deze norm kunnen niet alleen een afgesproken beëindigingsvergoeding vallen, maar ook andere betalingen die samenhangen met het vertrek. De wettelijke transitievergoeding valt niet onder de WNT-norm wanneer zij rechtstreeks uit de wet voortvloeit. Ook betalingen die rechtstreeks, dwingend en eenduidig uit een algemeen geldende cao-bepaling voortvloeien, kunnen buiten de norm vallen. Dat betekent niet dat iedere afspraak in een arbeidsovereenkomst of vaststellingsovereenkomst buiten beschouwing blijft. Juist bij vertrek is het samenspel tussen arbeidsrecht en WNT nauwkeurig. Een periode van non-activiteit voorafgaand aan het einde van het dienstverband kan onder omstandigheden als een uitkering wegens beëindiging worden gezien. Dat is voor een raad van toezicht relevant wanneer een directeur-bestuurder na een vertrouwensbreuk wordt vrijgesteld van werk. Soms is non-activiteit nodig om rust te brengen of de organisatie te beschermen, maar de manier waarop de periode wordt ingericht en vastgelegd kan financiële gevolgen hebben. Juridisch advies vóórdat definitieve afspraken worden gemaakt, kan helpen om zowel menselijk als wettelijk zorgvuldig te handelen.
Wat vraagt de WNT in het raad-van-toezichtmodel?
In het raad-van-toezichtmodel is de raad meestal werkgever van de directeur-bestuurder. Daarmee komt de WNT dichtbij de werkgeversrol: bij benoeming, salarisbesluiten, wijziging van arbeidsvoorwaarden, tijdelijke vervanging en vertrek moet de raad kunnen overzien hoe de totale afspraak zich tot de geldende norm verhoudt. Dat hoeft geen kille rekensom te worden. Een goed gesprek over beloning gaat ook over de zwaarte van de opdracht, de beschikbare middelen, gelijke beloning, pensioen, werkdruk en de verhouding tot de rest van de organisatie. De WNT begrenst de uitkomst, maar neemt die bredere werkgeversafweging niet over. Wanneer de raad zijn keuzes en berekening helder vastlegt, helpt dat de directeur-bestuurder, de accountant en toekomstige toezichthouders. De directeur-bestuurder blijft als bestuurder verantwoordelijk voor een juiste jaarverantwoording en een passende administratieve inrichting. De raad houdt daarop toezicht en keurt doorgaans de jaarrekening goed. De beste waarborg ontstaat wanneer de rollen elkaar aanvullen: de bestuurder organiseert een tijdige berekening en verantwoording, terwijl de raad vanuit zijn werkgevers- en toezichtstaak doorvraagt op wijzigingen en bijzondere afspraken.
Wat vraagt de WNT in het bestuur-directiemodel?
In het bestuur-directiemodel vormen de bestuursleden het statutaire bestuur. Zij zijn daarmee topfunctionaris, ook wanneer zij onbezoldigd zijn. Het bestuur is verantwoordelijk voor de toepassing van de WNT en voor de arbeidsvoorwaarden van de directie. Een directeur die de dagelijkse leiding over de hele organisatie draagt, kan eveneens topfunctionaris zijn. Dit model vraagt extra aandacht voor het onderscheid tussen de formele bestuursrol en de dagelijkse leiding. Het kan vertrouwd voelen om de WNT vooral als een onderwerp van de directeur en de accountant te zien, maar de wettelijke verantwoordelijkheid blijft bij het bestuur. Tegelijk hoeft het bestuur niet zelf iedere technische berekening te maken. Het kan expertise organiseren en afspraken maken over welke informatie het ontvangt, wanneer wijzigingen worden gemeld en wie de berekening controleert. Wanneer bestuursleden een vergoeding ontvangen, is hun positie niet gelijk aan die van een raad van toezicht. De maxima van 10 en 15 procent zijn bedoeld voor het hoogste toezichthoudende orgaan. Een passende en juridisch juiste kwalificatie voorkomt dat een vergoeding vanuit het verkeerde maximum wordt beoordeeld.
Openbaarmaking en verantwoording
Een WNT-instelling neemt jaarlijks de voorgeschreven gegevens over haar topfunctionarissen op in het financieel verslaggevingsdocument. Dat geldt ook voor topfunctionarissen die geen vergoeding ontvangen. De verantwoording laat onder meer zien welke functie iemand vervulde, gedurende welke periode en in welke omvang, welke bezoldiging is betaald en welk individueel maximum van toepassing was. Ook een eventuele ontslagvergoeding en een overschrijding komen in beeld. De WNT-verantwoording moet daarnaast ten minste zeven jaar vrij toegankelijk en eenvoudig vindbaar op internet staan. Afhankelijk van de sector kan ook elektronische aanlevering aan een uitvoeringsorganisatie verplicht zijn. De accountant controleert de verantwoording en heeft bij bepaalde fouten of overschrijdingen een meldplicht. Openbaarmaking raakt echte mensen. Salarisgegevens worden verbonden aan namen en functies en kunnen zonder context groot lijken, zeker in een sector waarin veel makers en medewerkers bescheiden worden betaald. Juist daarom helpt een zorgvuldige, feitelijke toelichting. Transparantie betekent niet dat je ieder persoonlijk detail hoeft te verdedigen, maar wel dat zichtbaar is hoe de organisatie tot haar keuzes kwam en dat zij publieke middelen bewust behandelt.
Hoe krijgt de WNT een plek in de praktijk?
De WNT werkt het prettigst wanneer zij niet alleen één keer per jaar bij de accountant op tafel komt. Bij de begroting kan al worden gekeken naar de verwachte totale bezoldiging. Bij een salariswijziging, bonus, wijziging van pensioen, aanpassing van uren, tijdelijke waarneming of voorgenomen vertrek kan de berekening opnieuw worden bekeken. Zo blijft de wet verbonden aan gewone momenten in werkgeverschap en financieel beheer. Voor veel organisaties geeft een klein jaarlijks overzicht voldoende houvast: waarom valt de organisatie wel of niet onder de wet, wie zijn de topfunctionarissen, welk maximum geldt per persoon, welke bezoldigingscomponenten tellen mee en waar wordt de verantwoording gepubliceerd? In het raad-van-toezichtmodel kan dit overzicht deel uitmaken van het gesprek tussen bestuurder, remuneratiecommissie en raad. In het bestuur-directiemodel kan het bestuur het samen met directie en accountant bespreken. De wet kent veel technische details en uitzonderingen. Niet ieder bestuur of iedere raad hoeft die uit het hoofd te kennen. Belangrijker is dat je herkent wanneer een verandering om een nieuwe beoordeling vraagt. Bij twijfel over de reikwijdte, een interim-constructie, een vertrekregeling of een mogelijke overschrijding kan vroeg overleg met een WNT-deskundige veel onzekerheid wegnemen.
Handreikingen en tools
Cultuur+Ondernemen: Governance Code Cultuur
De code plaatst beloning in het bredere kader van goed werkgeverschap, maatschappelijke verantwoordelijkheid, transparantie en zorgvuldige verantwoording.
Topinkomens.nl: Stappenschema ‘Valt de instelling onder de WNT?’
Een praktische route om te onderzoeken of de organisatie onder de wet valt, met bijzondere aandacht voor het subsidiecriterium.
Topinkomens.nl: Bezoldigingsmaxima WNT 2026
Het actuele overzicht van het algemene maximum, sectorale maxima en de normen voor interim-topfunctionarissen en toezichthouders.
Topinkomens.nl: Verantwoordingsmodel WNT
Een model voor de jaarlijkse openbaarmaking van bezoldigingsgegevens en eventuele ontslagvergoedingen.
Cultuur+Ondernemen: Toezichthouders: vergoeden of niet?
Een handreiking om het gesprek over een passende vergoeding breder te voeren dan alleen vanuit het wettelijke WNT-maximum.
Wet- en regelgeving
Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector
De wettelijke basis voor de reikwijdte, bezoldigingsmaxima, ontslagvergoedingen, openbaarmaking, toezicht en handhaving.
Regelgeving WNT per kalenderjaar sinds 2013
Nadere regels over onder meer bezoldigingscomponenten, openbaarmaking en de berekening van toepasselijke maxima.
Beleidsregels WNT 2026
Uitleg van het ministerie over de toepassing van begrippen en regels uit de WNT, waaronder de deeltijdfactor en situaties rond het einde van een dienstverband.
Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren 2026
De sectorale regeling met onder meer het verlaagde maximum voor de zes landelijke cultuurfondsen.
Onderzoek en literatuur
Eindrapport derde wetsevaluatie WNT: Maximeren met effect, 2026
Onderzoek naar de doeltreffendheid, doelmatigheid en neveneffecten van de WNT in de periode 2020–2025, met aandacht voor transparantie, naleving, regeldruk en arbeidsmarkteffecten.
WNT-jaarrapportage 2024, Ministerie van Binnenlandse Zaken
Jaarlijkse rapportage over de uitvoering en naleving van de WNT en over actuele ontwikkelingen in het normenkader.