De Staat van het Culturele Toezicht
Van ervaringen naar een gezamenlijke kennisbasis
Een kwantitatieve kennisbasis maakt het gesprek niet automatisch objectief en neemt verschillen van inzicht niet weg. Wel zorgt zij voor meer houvast. Wanneer zichtbaar wordt wat breed voorkomt en wat vooral in een bepaald type organisatie speelt, kun je preciezer spreken over de ontwikkeling van het vak. Een percentage vertelt niet het hele verhaal, maar kan wel voorkomen dat één incident of één succesvolle praktijk wordt aangezien voor het beeld van de hele sector. Dat is van belang voor toezichthouders. Zij verdienen kennis waarmee ze hun eigen werkwijze kunnen vergelijken, vragen kunnen stellen en ontwikkelkeuzes kunnen maken. Het is ook relevant voor partijen die voorwaarden rondom governance bepalen of ondersteuning aanbieden. Met een beter beeld kan scholing gerichter worden ontwikkeld en kan beleid beter aansluiten bij wat verschillende organisaties nodig hebben. De cultuursector verdient goed toezicht; culturele toezichthouders en bestuurders verdienen een kennisbasis die hen daarin ondersteunt.
De aanleiding
Een belangrijke aanleiding is het advies Toezicht in de culturele sector: een kunst apart van de Raad voor Cultuur uit 2025. Voor dat advies sprak de raad met veel mensen uit de sector en onderzocht hij hoe toezicht in andere semipublieke sectoren is georganiseerd. De raad zag herkenbare kwetsbaarheden en kansen voor verbetering, maar stelde ook vast dat de precieze omvang daarvan onbekend is. Er is volgens het advies nooit kwantitatief onderzoek gedaan naar toezichtproblemen in de culturele en creatieve sector. De raad noemt het verzamelen van data belangrijk voor het lerend vermogen van de sector. Daarnaast ziet hij voor NVTC een rol als verzamelplatform waar niet alleen kennis en ervaringen, maar ook kwantitatieve gegevens bij elkaar kunnen komen. Voor kennisborging wijst de raad op samenwerking met de Boekmanstichting. Het bestuur van NVTC herkende die noodzaak. Wie het toezichtvak wil versterken, moet niet alleen weten welke vragen leven, maar op termijn ook kunnen volgen hoe antwoorden veranderen. De Staat van het Culturele Toezicht brengt deze lijnen samen. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Boekmanstichting, in samenwerking met NVTC. De Boekmanstichting brengt ervaring mee met onafhankelijk cultuuronderzoek, dataverzameling en langlopende monitors. NVTC kent het toezichtvak van binnenuit en kan toezichthouders en bestuurders bij de ontwikkeling en duiding van het onderzoek betrekken.
Eerst verkennen, dan meten
De eerste fase is bewust kwalitatief. Voordat een vragenlijst wordt verspreid, moet duidelijk zijn welke vragen ertoe doen en welke woorden in de uiteenlopende praktijk hetzelfde betekenen. In een kwalitatieve verkenning is ruimte om zulke betekenissen en spanningen te onderzoeken. Ervaringen kunnen worden bevraagd, voorbeelden kunnen naast elkaar worden gelegd en onderwerpen die in bestaande codes of literatuur weinig zichtbaar zijn, kunnen alsnog naar voren komen. Dat maakt de latere vragenlijst niet alleen vollediger, maar ook begrijpelijker en beter passend bij de culturele sector. Door eerst te luisteren, kan worden onderzocht welke verschillen in de nulmeting zichtbaar moeten blijven. Denk aan discipline, omvang, financiering, regio, governancemodel en de vraag of een organisatie vooral met werknemers, zelfstandigen of vrijwilligers werkt.
De kickoff in Kunstlinie Almere
De eerste gezamenlijke stap vond plaats op 3 juni 2026 in Kunstlinie Almere. Tijdens de kickoff gingen toezichthouders uit de culturele sector met elkaar in gesprek over de onderzoeksopzet en de thema’s die voor het onderzoek van betekenis kunnen zijn. De bijeenkomst stond onder leiding van Yuki Kho en werd geopend door stadsdichter Séun Steenken. De kickoff was geen meting en levert dus nog geen representatieve uitspraken over de sector op. De waarde zat in het openen en ordenen van het gesprek. Welke ervaringen moeten in het vervolg worden onderzocht? Welke vragen zijn te gevoelig of te complex voor een eenvoudige antwoordcategorie? En welke ontwikkelingen willen we later kunnen vergelijken? De deelnemers hielpen zo de basis leggen voor een vragenlijst die herkenbaar is voor de mensen die ermee gaan werken.
Waar kan de nulmeting zicht op geven?
De precieze vragenlijst ontstaat uit de verkenning en ligt bij de start dus nog niet vast. Wel tekent zich af welke onderdelen samen een bruikbaar beeld kunnen vormen. Een nulmeting kan feitelijke kenmerken in kaart brengen, zoals het governancemodel, de omvang en samenstelling van het toezichthoudend orgaan, zittingstermijnen, vacatures, vergoedingen, tijdsbesteding, commissies, evaluatie en gevolgde scholing. Daarnaast is inzicht nodig in de praktijk achter die structuur. Hoe ervaren toezichthouders en bestuurders de kwaliteit van de informatie? Is er ruimte voor een afwijkende stem? Hoe wordt gesproken over artistiek-inhoudelijke kwaliteit en maatschappelijke waarde? Welke rol spelen medewerkers, makers, publiek en andere belanghebbenden in het blikveld van de raad? En wat gebeurt er wanneer signalen over financiële kwetsbaarheid, sociale veiligheid of integriteit niet eenduidig zijn? Ook ontwikkelingen die het vak veranderen verdienen een plek. De Raad voor Cultuur wijst onder meer op fair pay, toegankelijkheid, sociale veiligheid en nieuwe wet- en regelgeving. Daar komen vraagstukken bij rond duurzaamheid, digitalisering, kunstmatige intelligentie, regionale samenwerking en toenemende druk op de continuïteit. Een structureel onderzoek kan zichtbaar maken welke onderwerpen al stevig in de boardroom zijn verankerd en waar kennis of handelingsruimte nog wordt gemist. Een belangrijk aandachtspunt is dat het raad-van-toezichtmodel en het bestuur-directiemodel niet als varianten van dezelfde juridische rol kunnen worden behandeld. In het eerste model bestuurt de directeur-bestuurder en houdt de raad toezicht. In het tweede model zijn de bestuursleden juridisch zelf bestuurder, ook wanneer een professionele directie veel dagelijkse taken uitvoert. Een goede vragenlijst maakt dit onderscheid helder en voorkomt dat antwoorden onbedoeld met elkaar worden vergeleken alsof de verantwoordelijkheden gelijk zijn.
Waarom het onderzoek structureel wordt herhaald
Een nulmeting laat zien hoe het culturele toezicht er op één moment voor staat. De grootste waarde ontstaat wanneer dezelfde kernvragen na verloop van tijd opnieuw worden gesteld. Dan wordt zichtbaar of veranderingen doorzetten. Neemt deelname aan scholing toe? Worden raden en besturen diverser samengesteld? Krijgen gedrag, cultuur en artistiek-inhoudelijke kwaliteit een steviger plaats naast financiën en risico’s? Herhaling maakt het ook mogelijk om ontwikkelingen te verbinden aan veranderingen in beleid en praktijk. Een nieuwe Governance Code Cultuur, aanvullende wetgeving, financiële druk of een ingrijpende gebeurtenis in de sector kan invloed hebben op de manier waarop toezicht wordt uitgeoefend. Eén meting kan zo’n ontwikkeling signaleren; meerdere meetmomenten kunnen laten zien of er sprake is van een tijdelijke reactie of een bredere beweging. Daarvoor is continuïteit in de onderzoeksopzet belangrijk.
Wat onderzoek wel en niet kan vertellen
Toezicht is mensenwerk. De kwaliteit ervan laat zich daarom nooit volledig vangen in aantallen vergaderingen, gevolgde cursussen of vastgelegde documenten. Een raad kan formeel alles op orde hebben en toch weinig tegenspraak verdragen. Andersom kan een kleine organisatie met beperkte middelen een open en zorgvuldig gesprek voeren, zonder dat ieder onderdeel uitgebreid is geformaliseerd. Ook antwoorden op een vragenlijst zijn niet volledig neutraal. Mensen beoordelen hun eigen werkwijze, gebruiken begrippen verschillend en kunnen terughoudend zijn bij gevoelige ervaringen. Wie de vragenlijst invult, kan bovendien verschillen van wie niet reageert. Bij de presentatie van uitkomsten hoort daarom een heldere methodologische verantwoording: wie deden mee, welke delen van de sector zijn goed of minder goed vertegenwoordigd en welke conclusies kunnen wel en niet worden getrokken? Juist daarom blijft de combinatie van kwantitatief en kwalitatief onderzoek waardevol. Cijfers laten patronen, verschillen en veranderingen zien. Gesprekken en voorbeelden helpen om te begrijpen waarom die ontstaan en wat zij in de praktijk betekenen. De Staat van het Culturele Toezicht wil geen definitief oordeel over het vak geven, maar een steeds rijkere basis bouwen om er gezamenlijk van te blijven leren.
Een onderzoek van en voor de sector
De samenwerking tussen Boekmanstichting en NVTC brengt onafhankelijk onderzoek en praktijkkennis bij elkaar. Die rollen vullen elkaar aan. De Boekmanstichting bewaakt de onderzoeksmatige kwaliteit en kan de uitkomsten verbinden aan bredere kennis over de culturele sector. NVTC helpt om relevante vragen op te halen, verschillende typen organisaties te bereiken en de resultaten terug te brengen naar de mensen die dagelijks verantwoordelijkheid dragen voor bestuur en toezicht. Zo wordt onderzoek geen momentopname die na publicatie op de plank belandt, maar onderdeel van een doorlopend gesprek over de ontwikkeling van cultureel toezicht.
Verantwoording
Dit artikel beschrijft de opzet en bedoeling van De Staat van het Culturele Toezicht in de fase van de eerste kwalitatieve verkenning. Er zijn nog geen resultaten van een nulmeting en er kunnen daarom nog geen kwantitatieve uitspraken over het functioneren van cultureel toezicht aan worden ontleend. De uiteindelijke onderzoeksvragen, doelgroep, steekproef, analysemethode en planning worden in het vervolgtraject nader bepaald. De aanleiding is gebaseerd op het advies Toezicht in de culturele sector: een kunst apart van de Raad voor Cultuur, waarin het ontbreken van kwantitatief onderzoek wordt benoemd en wordt gepleit voor dataverzameling en kennisborging. De beschrijving van de kickoff is gebaseerd op de bijeenkomst van NVTC op 3 juni 2026 in Kunstlinie Almere.
Handreikingen en tools
NVTC: Verslag kickoff De Staat van het Culturele Toezicht
Verslag van de bijeenkomst op 3 juni 2026 in Kunstlinie Almere, met de eerste thema’s voor de kwalitatieve verkenning en het vervolgonderzoek.
Boekmanstichting: Over de organisatie
Uitleg over de onafhankelijke positie, missie en werkwijze van de Boekmanstichting als kenniscentrum voor kunst, cultuur en beleid.
Boekmanstichting: De Cultuurmonitor
Voorbeeld van een structurele kennisbasis waarin data, langlopende trends en duiding over de culturele en creatieve sector worden samengebracht.
Onderzoek en literatuur
Raad voor Cultuur: Toezicht in de culturele sector: een kunst apart
Het advies uit 2025 dat het ontbreken van kwantitatief onderzoek benoemt en aanbevelingen doet voor dataverzameling, kennisborging en verdere professionalisering van cultureel toezicht.
Cultuur+Ondernemen: Bericht uit het veld – Governance: Toepassing en Toekomst
Kwalitatieve verkenning uit 2023, gebaseerd op rondetafelgesprekken en interviews met bestuurders en toezichthouders over de toepassing en ontwikkeling van governance in de cultuursector.
Cultuur+Ondernemen: De Governance Code Cultuur in jaarverslagen – vervolgonderzoek 2025
Periodiek onderzoek naar de manier waarop culturele organisaties in hun jaarverslag verantwoording afleggen over de toepassing van de Governance Code Cultuur.
PO-Raad en VTOI-NVTK: Intern toezicht in het funderend onderwijs
Een voorbeeld uit een andere semipublieke sector van onderzoek waarin literatuur, een begeleidingscommissie en een vragenlijst worden gecombineerd om het functioneren en de ontwikkeling van intern toezicht in beeld te brengen.