_dsc0053

Evaluatierapport WBTR

WBTR-evaluatie: duidelijkere regels en sterker toezicht nodig

De Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) functioneert over het algemeen goed. Dat blijkt uit de evaluatie die op 27 oktober 2026 is gepubliceerd. Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit van Amsterdam onderzochten in opdracht van het WODC hoe de wet sinds de invoering in 2021 werkt. Zij zien ook aanleiding voor aanpassingen die relevant zijn voor culturele besturen en raden van toezicht.

Een belangrijke aanbeveling is om de uitbreiding van de faillissementsaansprakelijkheid naar bestuurders en toezichthouders van niet-commerciële verenigingen en stichtingen terug te draaien. Volgens de onderzoekers ontbreekt een voldoende onderbouwing voor deze verzwaring. De regeling wordt bovendien weinig toegepast en kan zorgen oproepen bij mensen die vrijwillig een bestuurs- of toezichtsfunctie vervullen.

Daarnaast adviseren de onderzoekers om de positie van de raad van toezicht bij stichtingen te versterken. Zij stellen onder meer een wettelijk goedkeuringsrecht voor bij statutenwijziging, juridische fusie en splitsing voor. Ook moeten de regels rond tegenstrijdige belangen duidelijker worden, met een wettelijke verplichting om zulke belangen te melden. Juist in de cultuursector signaleert het onderzoek onduidelijkheid over deze regels. Andere aanbevelingen betreffen de invoering van de uitgestelde bepalingen over uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders en meer maatwerk bij rechterlijke bestuursverboden.

Naast wetgeving blijft kennis van verantwoordelijkheden belangrijk. Vooral bij kleinere culturele instellingen zien de onderzoekers ruimte voor betere voorlichting en scholing van bestuurders en toezichthouders. Ook de verzekerbaarheid van aansprakelijkheidsrisico’s verdient aandacht.

De aanbevelingen veranderen de wet nog niet. De staatssecretaris streeft naar een inhoudelijke reactie in het eerste kwartaal van 2027.

Lees het volledige evaluatierapport of de samenvatting.